zaterdag 2 december 2017

Roland Vonk - Dat moet nog blijken

Sommige mensen die je kent via de media, denk je werkelijk te kennen. In het echt blijken zij dan heel anders te zijn. De programma’s van Roland Vonk op Radio Rijnmond beluister ik met regelmaat. Ik zie hem weleens in het echt. Dan wisselen we wat gemeenplaatsen uit. Na het achter elkaar lezen van de bundeling radiopraatjes in ‘Dat moet nog blijken’, heb ik sterk het gevoel hem nu beter te kennen. Maar Roland Vonk zal de eerste zijn om hierover twijfel te zaaien. In hoeverre ken je eigenlijk iemand echt?


Het stellen van zulke vragen past bij zijn karakter. Roland Vonk mijmert graag. Alledaagse observaties roepen vragen bij hem op. In groepsverband discussiëren is niets voor hem. Liever zit hij alleen thuis of wandelt hij met zijn hond langs de singel. Hij houdt ervan zich in zijn verzamelhobby te verliezen, maar weet zijn gedrag meteen te relativeren. Hij is een twijfelaar.

In een stukje over zijn vermeende herinneringen aan Dorus - zat ik werkelijk bij hem op schoot? – zegt hij het helder. “Er zijn mensen die dingen gauw zeker menen te weten en er zijn de twijfelaars. Ik behoor zelf tot de twijfelaars. En ik ben ook geneigd om meer waarde te hechten aan de herinnering van twijfelaars dan aan mensen die erg overtuigd zijn van hun geestelijke vermogens op dit vlak.”

In deze bundel verhalen is Vonk buitengewoon open. Je kunt het boek zelfs lezen als een soort zelfonderzoek van de auteur. Meermaals vertelt hij over een testje dat hij ooit invulde er waaruit bleek dat zijn gedrag binnen het autistisch spectrum valt. Ook het toevallig lezen van een boek over dit onderwerp bevestigde zijn vermoeden hierover. Maar na het lezen van zijn boek, zie ik vooral de milde, onschuldige vorm terug. Nieuwe kleding koopt hij liever niet. Evenmin wisselt hij graag van kleding. Een maaltijd is bedoeld om zo snel mogelijk naar binnen te werken. Hij heeft beslist verzamelzucht en neigt ook naar categoriseren. Hoewel mensen die bij hem over de vloer komen vaak alleen chaos zien.

Vonk houdt, in lijn met zijn licht autistische inslag, niet erg van veranderingen. Opmerkelijk is dat hij wel veel naar verre oorden afreist. Al jong voelde hij zich aangetrokken tot Brazilië. Hij heeft het land vaak bezocht en vertelt smakelijk over de aard van de Braziliaan. Ooit trof hij er een platenzaak, waar alles geordend naar genre en op alfabet stond. De winkel werd gerund door een Engelsman. Dat verklaart alles. Een boottochtje op de Amazone van anderhalve dag, liep uit tot een dagenlange reis. De passagiers zaten er niet mee. Onderweg werd er waar mogelijk gevoetbald, gedronken en muziek gemaakt. Het is ook door de muziek, waardoor Vonk verliefd werd op het land.

Bijzonder zijn de langere stukken over zijn vader en zijn tijd in Indonesië. Roland Vonk is er geboren. Zijn vader was arts in de tijd na de onafhankelijkheid. Op voorstel van de zoon schreef hij later zijn belevenissen op. Vonk citeert er ruim uit. De manier waarop hij over zijn vader spreekt is heel eerlijk. Hij zet het hem niet op een voetstuk, noch bekritiseert hij hem. Hij probeert zijn vader te doorgronden en herkent veel in hem. Zijn moeder krijgt minder aandacht in het boek. Zij overleed op jonge leeftijd. De drie oudere zussen waren het huis al uit. Roland woonde jaren samen met zijn vader. Hun eetpatroon kende vooral regelmaat. Elke week op dezelfde dag, hetzelfde eten. Toen zijn vader ontdekte dat macaroni nog sneller klaar te maken was dan aardappels, je hoefde het immers niet te schillen, aten zij het iedere dag. Dit werd zelfs de zoon iets te gortig, na een jaar dan.

Over zijn belangstelling voor muziek uit de regio en zijn werk voor de radio schrijft hij veel. Naar aanleiding van een stuk over de antropoloog en muziekverzamelaar Alan  Lomax, komt hij tot een mooi inzicht. Nationale cultuur bestaat niet: “cultuur is in essentie een regionaal iets.”

Leuk zijn de zeurstukjes over alledaagse keuzes die een mens moet maken. Hoe draag je bijvoorbeeld bretels. Vonk heeft een paar broeken gekocht die neigen naar afzakken. De oplossing zoekt hij in bretels. Maar doe je ze over alles heen of alleen over je onderhemd heen? En het grootste probleem speelt zich af op de wc. Om zittend te kunnen piesen moet er van alles uit. Dan maar staand.

Ik ben zelf een verzamelaar en herken veel van wat Roland Vonk hierover schrijft. Hij verzamelt ook beelden. Valt zijn oog in Singapore tweemaal op nogal bijzondere vloerbedekking, dan denkt hij als verzamelaar er direct aan om er foto’s van te maken. “Zal ik ze gaan verzamelen?” Hij woont inmiddels in een huis van vier verdiepingen en zegt er meteen bij dat alle ruimtes zijn gevuld.

In een stuk over de dood van zijn vader, waarin hij terugdenkt aan hem, cello spelend, terwijl hijzelf boven huiswerk maakte, schrijft hij. “Nog steeds hoor ik graag cello, en dan vooral uit een belendende ruimte.” Cello is al een prachtig woord. In combinatie met ‘belendende ruimte’ levert dit vanzelf een mooie zin op. Het hele stuk moet u maar zelf lezen, nadat u deze bundel heeft aangeschaft.

Tijdens de presentatie noemde Roland Vonk ‘Dat moet nog blijken’ een boekje. Dat is het niet. Het is een boek van bijna 300 pagina’s, met ontroerende, soms zeer persoonlijke verhalen, waar bovendien volop bij gelachen mag worden.

Waar ik tijdens het lezen niet echt achter kwam was of er een gedachte zat achter de volgorde van de stukken. Ze staan niet chronologisch geordend, evenmin thematisch. Misschien is dit wel een weerspiegeling van de platenkast van de auteur.

Tot slot, op de radio hoor ik Roland Vonk, bijvoorbeeld bij een bijzondere opname, vaak het woord curieus gebruiken. In deze bundel ben ik dit prachtige woord niet tegengekomen. Dat is vreemd. Ik zou zeggen, curieus.


2 opmerkingen:

  1. Dat is wel heel fraai getypeerd.
    Hulde.
    Je hebt me ook een titel aan de hand gedaan voor een hopelijk volgend boekje: 'Curieus. Zonder meer.'
    Ha ha!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Een uitstekende titel. Ik kijk er nu al naar uit!

    BeantwoordenVerwijderen