maandag 2 oktober 2017

Hermann Ungar – De Verminkten


Hermann Ungar is een bijna vergeten Tsjechische schrijver. Hij leefde van 1893 tot 1929 en werd dus niet oud. Hij schreef een handvol boeken, niet in het Tsjechisch, maar net als zijn stadsgenoot Kafka in het Duits. Ungar is wel met Kafka vergeleken. Eenzelfde beklemmende sfeer is bij beide auteurs aanwezig. Ungars werk is meer expliciet, minder mysterieus dan dat van Kafka. De twee hebben elkaar nooit ontmoet.

Twee van Ungars romans zijn vertaald in het Nederlands: ‘De Verminkten’ uit 1923 en ‘De Klas’ uit 1927. De vertaling van ‘De Verminkten’ is van Carlien Brouwer. Het boek kwam in 1991 in vertaling uit bij Coppens & Frenks. Het is prachtig uitgegeven.

Hoofdpersoon in de roman is bankbediende Franz Polzer. Hij leeft volgens een vaste routine en doet al jaren hetzelfde monotone werk. Hij woont in bij de weduwe  Klara Porges. “De weduwe omringde hem vanaf de eerste dag met goede zorgen. Hij liet zich alles door haar uit handen nemen wat hem verontrustte. Dat waren vooral de buitenissige dingen die de dag met zich meebrengt. Het minste of geringste dat niet alledaags was vervulde hem met bange ontzetting.”

Franz heeft geen vriendin. Vrouwen vervullen hem al van jongs af aan met angst. “Al bij de schaduw van zijn tante had hem net als bij juffrouw Porges de schrikbarende gedachte gekweld dat het naakte lichaam niet helemaal dicht zat. Dat het in een gruwelijke gleuf bodemloos gaapte. Als blootgelegd vlees, als de loshangende lappen van een opengereten wond.”

Hij heeft wel contact met een jeugdvriend, Karl Fanta. Karl komt in tegenstelling tot Franz uit een rijke familie. De vader van Karl heeft Franz ooit financieel gesteund. Karl schaamt zich uiteraard voor zijn armoede. De joviale Karl is echter veranderd in een cynisch lichamelijk wrak. Zijn beide benen zijn geamputeerd en hij zit onder de zweren. Karl treitert zijn vrouw en verdenkt haar van overspel en moordplannen op hem.

Franz komt Karl om raad vragen. Zijn hospita zit achter hem aan. Hij moest al met haar uit wandelen op zondag. Hij schaamt zich tegenover bekenden die hij dan tegenkomt. Op kantoor weet hij zich geen houding te geven. De gedachtenspinsels van Franz zijn weinig realistisch. De angst dat hij uit huis kan worden gezet drijft hem in de armen van zijn hospita.

Karl kan hem niet helpen. Hij is teveel met zichzelf bezig. Louter uit kwaadheid blijft hij in leven. ”Poten zal ik wel nooit meer krijgen. Maar leven kan ik nog heel goed zoals ik ben, onbeweeglijk, stinkend, zwetend, vet, uit kwaadheid, Polzer, snap je, uit pure kwaadheid in leven blijven.”

Karls paranoïde gedachten leiden tot de uitvoering van het plan om juist bij Franz en de hospita in te trekken. Er wordt een verpleger aangenomen. In eerste instantie ter bescherming van de verminkte. Later wordt deze godsdienstwaanzinnige man, voorheen slager en altijd in de weer met messen, zijn grootste bedreiging.

Rond Franz, Klara, Karl, zijn vrouw en de verpleger voltrekt zich een spel waarbij iedereen de anderen tegen elkaar uitspeelt. Verdachtmakingen, beschuldigingen en vernederingen doen Franz zijn betrekking bij de bank verliezen. Zijn hospita misbruikt hem met geweld. De roman eindigt met een moord, waarbij de lezer in het ongewisse blijft wie de dader is. Het hoofdstuk waarin dit onthuld wordt heeft Hermann Ungar bewust weggelaten uit de roman.

‘De Verminkten’ is het bizarre en wat zieke verhaal over een man die lichamelijk verminkt is en een groep mensen die steeds meer geestelijk verminkt raakt. Je kunt hem lezen als symbolisch voor de toestand waarin de Europese mens zich bevond in het Interbellum.

Geen opmerkingen: