zondag 18 juni 2017

Vicky Francken – Röntgenfotomodel

Het valt niet mee iets zinnigs over poëzie te zeggen. Ik las laatst een mooi uitgeven bundel van een talentvolle dichteres. Na twee pagina’s wist ik dat deze gedichten niks voor mij waren. Ik heb steekproefsgewijs nog wat gelezen. Ik vond alles even waardeloos. Waarom dat zo is, weet ik niet. Het omgekeerd gebeurde bij ‘Röntgenfotomodel’ van Vicky Francken. Ik zat meteen volledig in haar gedichten en las de bundel achter elkaar uit.


Onlangs won Francken de C. Buddingh’ prijs met deze debuutbundel. De titel is geweldig: ‘Röntgenfotomodel’. In het lange titelgedicht laat een persoon zich doorlichten. Zij keert zich binnenstebuiten, zowel lichamelijk als geestelijk. Het gedicht begint zo: “Til je hemd op, ik wil zien dat het klopt / maar doe het licht uit, je longen zijn mooi / in het donker. Luister: dat ruisje” Later wordt gevraagd of het lichaam een andere pose kan aannemen, er worden foto’s gemaakt en men verzoekt om een legitimatie. “We hebben allemaal recht op een rug / een graat waarrond we bestaan // een marionettendraad die we oppakken / als we onszelf bijeenrapen”.

Fracken schrijft heel beeldend. En haar zinnen zitten soms vol binnenrijm. “Alles is onscherp. Je blijft je bril opzetten / maar geen glas is scherp genoeg geslepen / om je gezichtsvermogen terug te geven” Met een beginregel word je meteen tot de kern van een verhaal of een gedachtestroom gebracht: “ze heeft de dood onder haar rokken”.

Veel gedichten in Röntgenfotomodel heb ik een paar keer gelezen. Bij herhaling blijft het goed. Het beste kun je citeren. Tot slot een paar regels uit het gedicht ‘Geven en nemen’.

Alles wat kapot is, kan niet meer stuk
en wat het al was, was het al lang
en wie te hard lacht, is eigenlijk bang
en wie niet huilt, weet niet hoe te schuilen
en wie niet kruipt, kent nog geen kelders,

zal nog verhuizen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen