zondag 28 december 2014

Theo Kars - Praktisch verstand



Dit boekje met filosofische raadgevingen kreeg ik van Ronald met Kerst. Theo Kars zet in korte stukjes uiteen hoe hij de wereld en de mensheid ziet en vooral hoe je het beste je eigen geluk kunt verwezenlijken.


Het zijn leuke gedachten, soms mooi verwoord. Zij zijn niet altijd even verrassend, wel consequent. Bovenal moet je de massa mijden en je eigen leven volgens je eigen normen inrichten.

Hij verwijst vaak naar grote auteurs als Seneca, Multatuli en Voltaire. Ook zoekt hij soms naar de betekenis van een verschijnsel door op zoek te gaan naar de oerbetekenis in het Latijn; alsof dat iets verklaart.

Om Kars te leren kennen, kun je hem het best citeren:

“Wie helder formuleert, denkt helder”

“Anderen… verkiezen de roes van een waanidee boven de inspanning die het verwerven van reëel aards geluk vergt.”

“Wat bejaarde klagers voor hun filosofische theorieën aanzien, is niet meer dan een symptoom van hun eigen lichamelijke verval – het zijn ouderdomsverschijnselen als gerochel, gehoest of gesteun.”

“Als het bedrijven van de liefde ons geen genot maar pijn zou verschaffen, zou het door alle godsdiensten als deugdzaam en verdienstelijk worden aangemerkt.”

Kars vliegt weleens uit de bocht. In een stukje over doemdenken schrijft hij dat wetenschappers die waarschuwen voor de opwarming van de aarde het helemaal mis hebben. En je moet vooral niet altijd blindvaren op de wetenschap.

Een pagina later heeft hij het over het effect van volle maan op onze gemoedstoestand en verwijst hij naar de wetenschap die dit bewezen zou hebben.

Kars haalt weleens de biologie aan. Over nationalisme schrijvend komt hij op de evolutie uit. “De natuur is namelijk, in eerste instantie, niet geïnteresseerd in individueel geluk, maar uitsluitend in vermeerdering en versterking van de soort.” Dit is een populaire, maar onjuiste gedachte. Ten eerste is ‘de natuur’ niet een ding, een sturende kracht, of iets dergelijks, maar dat kan beeldspraak zijn.

Ten tweede is evolutie niet gericht op het in stand houden van een soort: de motor is de genetisch variantie, het doorgeven van eigenschappen aan een volgende generatie genen. Op dit niveau is het niet van belang of een soort overleeft, als de genetische eigenschappen maar doorgegeven worden. Het in stand houden van een soort betekent juist geen variatie en aanpassing. Als dat een ‘doel‘ zou zijn dan heeft ‘de natuur’ behoorlijk gefaald vanaf het moment dat de eencelligen zich ontwikkelden.

Kars denkt vaak zwart-wit. De overheid moet je nooit vertrouwen, is een aardig maar niet origineel advies. Hij gaat verder: geen enkele politicus is te vertrouwen.

Even consequent (of zwart-wit) denkt hij over allerlei andere zaken, zoals het lezen van de krant (tijdverspilling), op vakantie gaan (levert niets op) of vieringen en herdenkingen (onzin, magisch denken).

Het wordt erg saai als je al de raadgevingen van Kars opvolgt; geen alcohol of drugs, geen feestjes, geen roes, geen god, geen kinderen, geen sport, enzovoorts, enzovoorts.

Kars’ benadering om levensgeluk na te streven is erg rationeel. Al het gedrag dat mensen vertonen zonder enige goede reden, lijkt door hem te worden verworpen als zinloos. De sociale kant van het menselijk leven verliest hij hierbij ook uit het oog.

Alleen tennissen vindt hijzelf een leuke ontspanning, gezien de vele verwijzingen naar dit spelletje.

Tegen het einde van het boek komt er plotseling een aap uit de mouw. Kars heeft belangstelling voor helderziendheid en verwerpt het niet als flauwekul. Hij beroept zich op bondgenoten, zoals Stendhal, die een romanfiguur voorspelingen laat doen, die zowaar uitkomen…

Heeft Theo Kars dit opgeschreven juist die ene dag in het jaar dat hij wel van zichzelf los mocht gaan? Na een potje tennis snoof en zoop hij er eens flink op los en werd hij spontaan helderziend.

Geen opmerkingen: