woensdag 12 november 2014

Herman Brusselmans – Zeik



De nieuwe roman van Brusselmans is een literaire thriller. Niet dat dit boek veel verschilt  van de vorige 63 boeken van Brusselmans. Het verhaal Zeik speelt zich af in het Gent van 1961. Inspecteur Zeik heeft een aantal collega’s: de eenarmige commissaris Übertrut, de inspecteur El Bazaz en het knechtje Broekgat. De mannen van de brigade vervelen zich, want er worden geen moorden gepleegd.


Wat wel afwisseling brengt is de nieuwe inspecteur Selma Compas. Zij is het nichtje van de burgemeester dus verzet tegen haar plaatsing binnen dit korps heeft geen zin. Broekzak, die nog thuis woont en een roman wil schrijven over zijn broer, Freddy de Mongool, is op slag verliefd op Selma. De andere mannen hebben geen interesse maar waarderen wel haar welbespraaktheid en goede manieren.

Zoals elk boek van Brusselmans staat ook Zeik bol van de absurde humor, de vieze praatjes, het afzeiken van Hugo Claus en Harry Mulisch en de niet ter zake doende uitweidingen en ontsporingen. Toch zit er lijn in het verhaal. Er wordt een moord gepleegd. Het slachtoffer is Marie-Anne de Raeve. Het meisje wordt naakt en gewurgd aangetroffen in het park. Zij blijkt niet verkracht, wel staan op haar rug de cijfers 9 en 12 geschreven. De 9 is doorgestreept.

De moordenaar geeft en hint, concludeert Zeik: “ Verdomme, niet weer een moordenaar die z’n handtekening achterlaat in de vorm van onontcijferbare symboliek, dat lijkt wel een rage onder de hedendaagse moordenaars.”

De ondervragingen van ouders en vriendin van het slachtoffer levert weinig op. Het sporenonderzoek leidt tot een Italiaanse connectie. Terwijl het team zich vastbijt in deze moord, wordt er nog een meisje vermoord: zelfde omstandigheden, zelfde aanwijzingen. Commissaris Übertrut ontploft bijna van de zenuwen.

Dan de ontknoping, Zeik heeft een geniale ingeving die onmiddellijk tot de oplossing van de moordzaak leidt. Of heb ik nu alles verklapt? De dader verweert zich: “ik ben slechts een ongeletterde jongen, die nooit het alfabet van dichtbij heeft gezien en die geen boek kan onderscheiden van de lijnbus van Milaan, die nooit leren spreken heeft met kiezeltjes in zijn mond, laat staan in zijn neusgaten, en die het intellect heeft van een onzichtbare hoofddoek…”

En zo gaat hij nog even door. Kortom, een Brusselmans zoals wij die kennen, goed voor een paar uur slap vermaak.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen