zondag 27 april 2014

Olga Tokarczuk – Huis voor de dag, huis voor de nacht


‘Huis voor de dag, huis voor de nacht’ is de geschiedenis van aan aantal inwoners van het dorpje Nowa Ruda in Silezië, op de grens tussen Polen en Tsjechië. Het is geen chronologische vertelling.

maandag 21 april 2014

Marc Jansen – Grensland


Marc Jansen heeft met Grensland de eerste Nederlandstalige geschiedenis van Oekraïne geschreven. Het boek is actueler dan ooit. Elke dag staan de media vol over dit land. Jansen schets in heldere bewoordingen de wrede (voor)geschiedenis van Oekraïne tot aan de gebeurtenissen begin 2014. Het boek is een must voor iedereen die wil begrijpen wat er nu in Oekraïne gebeurt.

Marc Jansen begint zijn verhaal duizenden jaren voor onze jaartelling. Hij schrijft strikt gesproken geen geschiedenis van het land Oekraïne als wel een geschiedenis van het gebied dat nu (nog) Oekraïne heet. Het boek gaat dus over Oekraïners, Polen, Litouwers, Roemenen, Russen en ook Tataren, Hunnen, enzovoorts. In de voorgeschiedenis hebben vele grote mogendheden de baas gespeeld in het gebied.

Het lag en ligt nog steeds tussen grote mogendheden in. Voor de eerste wereldoorlog waren dit Turkije, Oostenrijk-Hongarije en natuurlijk Rusland. De naam van het land betekent letterlijk grensland. Het is nu vooral een grens tussen West-Europa en Rusland.

Het besef van Oekraïne als eigen natie begint pas in de negentiende eeuw. Veel bewoners waren zelfs toen nog niet bezield van de gedachte dat zij tot een groter geheel behoorden: wel als deel van het volk van Oekraïners of Roethenen, maar niet als inwoner van een eigen land.

In grote steden als Lviv en Odessa was altijd maar een deel van de bevolking Oekraïens: Polen Russen en Joden vormden er grote minderheden of zelfs een meerderheid.

Pas in de Eerste Wereldoorlog komt het tot (een streven naar) een eigen staat. De verschillende regeringen volgen elkaar snel op. Het bloedvergieten is enorm. De meeste partijen (Polen, het sovjet-leger, Oekraïense partizanen, e.d.) maken zich schuldig aan massaslachtingen. Bij het aanvallen van vijandelijke bevolkingsgroepen zijn de Joden vaak ook de dupe. De pogroms waren geen uitvinding van de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.

Na de oorlog, die tot 1921 voortduurt, ontstaat uiteindelijk de staat Oekraïne, maar wel als onderdeel van de Sovjet-Unie.  Doordat de grenzen in korte tijd telkens waren verschoven wordt de stad Kiev in anderhalf jaar tijd maar liefst 15 keer bezet en weer ‘bevrijd’.

In vredestijd heeft de bevolking het ook niet makkelijk. De collectivisering van de landbouw in combinatie met een misoogst en het keiharde cynisme van de Sovjets zorgt voor massale sterfte begin jaren 30. Later wordt dit de Holodomor genoemd

Vanaf operatie Barbarossa in 1941 is Oekraïne wederom een van de bloederigste slagvelden van Europa. Meer dan 5 miljoen mensen komen in de Tweede Wereldoorlog om het leven. Bij de moord op de Joden doen op sommige plekken Oekraïners actief mee. De grootste moord vindt plaats bij Babi Jar aan de rand van Kiev, waarbij bijna 34.000 Joden door Duitsers worden afgeslacht.

Na de oorlog is het proces van ontmenging zoals Jansen het noemt nog niet voltooid. Stalin laat o.a. de Krim Tataren deporteren.  In de Sovjetstaat Oekraïne wonen sindsdien hoofdzakelijk Oekraïners en Russen. Net als in de decennia ervoor, maar minder extreem, vindt er telkens een verschuiving plaats. De ene machthebber geeft het Oekraïens meer de ruimte, de volgende stelt het Russisch meer verplicht. Gelijk opgaand worden godsdienstvrijheden, het onderwijs e.d. aangepast. Deze tweedeling tussen Russisch-gezinden en Oekraïens-gezinden is vandaag de dag meer zichtbaar dan ooit.

Het nadeel van een actueel boek als ‘Grensland’ is dat het bij verschijnen al achterhaald is. Het verhaal van Jansen eindigt met de afzetting van Janoekovytsj. Hij noemt nog net in de laatste alinea de inval van de Russen op de Krim, maar tijdens het schrijven van dit stukje moest het boek denk ik naar de drukker. Zijn laatste zin luidt: “De vraag was vooral of het daarbij zou blijven.” Ondertussen weten wij het antwoord.

In een slotbeschouwing gaat Jansen in op het beeld van Oekraïne. Hoe kijkt men in Oekraïne zelf naar het verleden? En bestaan er twee Oekraïnes? Jansen ziet ondanks alles Oekraïne niet simpel als een land waarin twee groepen tegenover elkaar staan. Heel genuanceerd ziet hij een enorme diversiteit, maar ook verbondenheid. Ik denk dat de praktijk nu anders is.

Wat de tragische geschiedenis van het land betreft hebben Oekraïners meer en meer oog gekregen voor Holodomor. Er is nog beperkte belangstelling voor de Holocaust. En er zijn maar weinig Joodse herdenkingstekens in het land te vinden. Men praat liever (als erfenis van het communisme) over de slachtoffers van het Nazisme in het algemeen. Over de moordpartijen op Polen en van Polen op Oekraïners wordt ook veelal gezwegen; laat staan dat de pogroms van Oekraïners op de eigen Joodse bevolking aandacht krijgen.

Marc Jansen heeft een prachtig boek geschreven. Zijn schrijfstijl is in orde. De geschiedenis van dit grensland is vaak wreed geweest. Jansen schrijft er boeiend en kundig over. Hij richt zich niet alleen op de politieke geschiedenis, ook economie, ideologie en cultuur komen aan bod. Hij verwijst bijvoorbeeld veelvuldig naar schrijvers als Babel, Paustovski en anderen. Wil je weten hoe Oekraïne is geworden wat het nu is, dan moet je dit boek lezen.

Pawel Huelle – De tafel


In Polen is Paweł Huelle een redelijk bekende schrijver en journalist. Er zijn twee boeken van hem in het Nederlands vertaald. In het Engels en Duits is er veel meer beschikbaar. Dit mooi vormgegeven boekje is een vertaling (door Karol Lesman) van een verhaal uit een bundel uit 1991.

woensdag 16 april 2014

I.E. Babel – Verhalen


Vorig jaar werd deze nieuwe vertaling van de verhalen van Babel (vertaald door Froukje Slofstra) overal met groot gejuich ontvangen. En terecht!  De meeste verhalen heb  ik ooit gelezen in losse bundels, maar deze uitgave las als nieuw. Een absolute aanrader voor iedereen die van korte verhalen houdt.

Voor mensen die Isaak Babel niet kennen, hij was een Russische schrijver, leefde van 1894 tot 1940. Hij groeide dus op in de Tsarentijd, maakte de revolutie mee en stierf onder de communistische dictatuur. Babel werd geboren in Odessa en was van Joodse afkomst. In 1905 maakte hij een pogrom mee, waarbij zijn grootvader werd vermoord.

Naast de korte verhalen in deze uitgave schreef Babel toneelstukken, reportages en filmscenario’s. Er is ook een oorlogsdagboek van hem uitgegeven en vertaald in het Nederlands. Babel vocht namelijk mee in het Rode leger. In het korte verhaal ligt Babels grootste kracht. Zij zijn zonder meer van het niveau van het werk van Toergenjev, Tsjechov en andere reuzen. Babel werd tijdens zijn leven ook beschouwd als de opvolger van Tsjechov.

Babels onderwerpen zijn herkenbaar. Een deel van de verhalen gaat over zijn jeugd in Odessa, een ander deel over zijn tijd in het leger. En in een derde deel draait het om allerlei randfiguren in de samenleving, zoals bendeleiders en prostitués.

Hij is vaak de zgn. objectieve waarnemer. Hij observeert een situatie of hoort een verhaal aan van een ander. Dit is natuurlijk een literaire truc, maar wel een die heel goed werkt. Je krijgt het gevoel dat hij alles letterlijk zelf beleefd heeft. Het mooie zit ook in details. Babels schrijft met een nuchterheid over allerlei vreselijke mishandelingen: klein en groot leed krijgt bij hem dezelfde aandacht. En die details weet hij altijd treffend te omschrijven.

Zijn figuren zijn vaak grotesk, dagelijkse routine en absurde gebeurtenissen lopen door elkaar heen. Het zijn verhalen waarvan je soms gaat schaterlachen, maar ze brengen ook een enorm gevoel van tevredenheid. Het mooie en het lelijke(of treurige) gaan hand in hand. Genoeg getheoretiseer, hier wat voorbeelden uit deze bundel met ruim meer dan 100 verhalen.

In het verhaal ‘De openbare bibliotheek’ gebeurt niet veel. Babel beschrijft  de mensen die er komen. En het personeel. “De bedienden in de garderobe zijn raadselachtig stil, vervuld van beschouwelijke rust, niet donker en niet blond, maar iets ertussenin. Thuis drinken ze misschien op zaterdagavond ethylalcohol en slaan zij hun vrouw langdurig, maar in de bibliotheek zijn ze bedeesd van aard en ingetogen somber.”
Een forse vrouw in een grijs vest en met een brede borstkast zit uitzonderlijk geïnteresseerd te lezen. Zij spreek soms onverwacht luid. “Ze leest omdat ze een manier zoekt om thuis zeep te bereiden. Ze is ongeveer vijfenveertig. Is ze wel normaal? Die vraag stellen veel mensen zich.”

Er komt ook een voormalig student, een schriele kolonel, een slapende jood, provinciale jongemannen, enzovoorts. En er zijn natuurlijk ambtenaren. ’s Avonds aan de tafels zitten de onbeweeglijke figuren.  “Achter de brede ramen warrelt zachte sneeuw. Vlakbij, op de Nevski, bruist het leven. Ver weg, in de Karpaten, vloeit bloed.”

Het verhaal ‘Eerste hulp’ is in dezelfde stijl. Het beslaat maar twee pagina’s en ik zou het het liefst geheel willen citeren. Ik beperk mij tot de eerste regels.” Elke dag steken mensen elkaar neer, gooien elkaar van bruggen in de zwarte Neva, bloeden dood tijdens mislopende of gecompliceerde bevallingen. Zo was het vroeger. Zo is het nu.” Daarna vertelt Babel hoeveel ziekenwagens er zijn, maar hoe weinig benzine er is, dus hoe weinig er geholpen kan worden. De administratie daarentegen is helemaal op orde, vooral het boek met gemiste oproepen is erg dik. De eerstehulppost functioneert dus niet. Babel besluit zijn verhaal met: “Het is duidelijk dat de stad maatregelen moet nemen.” Een schitterend verhaal.

Veel verhalen beginnen heel klein. De verteller komt iemand tegen die iets heeft meegemaakt en begint te praten. Sommige verhalen doen wat sprookjesachtig aan. ‘Op het station’ begint met “Het gebeurde twee jaar geleden op een godverlaten station, niet ver van Penza.” Een soldaat neemt afscheid van zijn familie, iedereen is dronken. Vlak voor vertrek blijkt de vader dood op de grond te liggen. Dat krijgt je van dat gezuip, zegt iemand. De zoon neemt afscheid van de dode vader. Het verhaal eindigt met: “Zie je die troebele verten? Dat is wat het volk nodig heeft: een troebele blik.”

‘Sprookje over een vrouw’ begint zo: “Er was eens een vrouw, Ksenia heette ze. Dikke boezem, ronde schouders, blauwe ogen. Zo’n vrouw was het. Hadden u en ik er maar zo een!” Deze keukenmeid  moet aan de man. Valentin heet hij. Er wordt gedronken, hij krijgt visioenen en van de liefde komt niks terecht. Ksenia wordt ontslagen.

Deze oudere verhalen staan vaak op zichzelf. In de latere verhalen keren zelfde personen in meerdere verhalen terug. Zij vormen een levensgeschiedenis van Babel zelf. Hij vertelt over zijn jeugd, zijn familie, de stad Odessa en zijn tijd in het leger. Dit laatste onderwerp staat centraal in de bundel ‘De rode ruiterij’. De (burger)oorlog wordt bijzonder wreed beschreven. Een leven is weinig waard; verminkingen en verkrachtingen zijn aan de orde van de dag. Veel personages lijken zich hierbij neer te leggen.

Die berusting komt terug in verhalen over het nieuwe regime en over de geheime dienst. In het verhaal ‘Froim Gratsj’ is een bekende Odessiet gearresteerd. Hij blijkt vermoord. Twee soldaten van het Rode Leger staan een sjekkie boven het lijk te roken en vertellen dat het slachtoffer zo sterk als een beer was. Later op het bureau is er enige wroeging over zijn dood, maar: “Antwoord me als Tsjekist… antwoord me als revolutionair: wat voor nut heeft deze man voor de toekomstige maatschappij?” Hier klinkt cynisme door en kritiek op het regime. Babel heeft zelf wel enige tijd voor de Geheime dienst (Tsjeka) gewerkt.

Het verhaal ‘Mijn eerste honorarium’, alweer een verhaal dat prachtig begint: “In Tiflis wonen in de lente, twintig jaar oud zijn en niet bemind worden – dat is een ramp. Zo’n ramp overkwam mij.” De twintigjarige hoort de buren de liefde bedrijven, is radeloos en komt terecht bij een hoertje. Diep in de nacht zitten ze in een hotelkamer. Haar naaktheid valt tegen. “Haar voorbereidingen  leken op die van een dokter voor een operatie.” De jongen vertelt over zijn leven, het hoertje raakt ontroert en de twee worden vrienden.

Een van de beste verhalen van Babel is ‘De geschiedenis van mijn duiventil’. Het 10-jarige jongetje (Babel) droomt al jarenlang van een eigen duiventil. Wanneer hij een toelatingsexamen gehaald heeft, mag hij eindelijk duiven kopen op de markt. Er is heerst echter chaos in de stad. Het is veel te gevaarlijk op straat. Hij koopt desondanks toch een paar duiven, rent ermee naar huis, maar wordt tegengehouden. Er is een progrom losgebarsten. Zijn duifjes worden kapotgeslagen op zijn hoofd. Hun huis geruïneerd. Opa is vermoord. Het kind kan voorlopig de duiventil wel vergeten.

Ik kan zo een hele pagina citeren uit dit verhaal en uit nog vele andere verhalen van Babel, maar u moet het werk zelf gaan lezen. Deze verzamelde verhalen zijn niet goedkoop (€45), maar de Van Oorschot-uitgave is schitterend en u heeft er de rest van uw leven plezier van.

In het uitgebreide nawoord geeft  vertaalster Froukje Slofstra een levensbeschrijving van Babel. Hij had geen rustig leven. Babel had met zijn eerste verhalen en gesteund door Maxim Gorki  veel succes. Later kreeg hij meer en meer problemen met de Sovjetautoriteiten. In het buitenland (in Frankrijk, waar een van zijn vrouwen woonde) werd hij juist gezien als een Sovjet-schrijver.

Alleen in Rusland kon hij werken en dus ging hij altijd weer terug naar zijn vaderland, ondanks de terreur. Hier werd zijn werk vaker en vaker geweigerd waarmee zijn geldproblemen groter en groter werden. Het tragisch einde kon niet uitblijven. Babel werd in 1939 gearresteerd, waarschijnlijk gemarteld en in 1940 geëxecuteerd. Isaak Babel publiceerde niet veel. Hij had wel een aantal manuscripten liggen die bij zijn arrestatie zijn ingenomen. Ik hoop dat zij ooit opduiken uit de archieven.

maandag 7 april 2014

Koos van Zomeren – Naar de natuur


Koos van Zomeren heeft tientallen jaren over natuur in Nederland geschreven.  Dit is zijn afscheidsboek. Hij maakt in 400 pagina’s de balans op van de natuur in Nederland en van zijn eigen leven.

dinsdag 1 april 2014

Jaco Berveling – Op het tweede gezicht


Het uiterlijk van mensen zegt iets over het innerlijk. Deze overtuiging bestaat al zolang er mensen bestaan. Jaco Berveling, socioloog en Blijdorper heeft een geweldig boek geschreven over hoe de wetenschap zich in de 18de en 19de eeuw op de gelaatskunde en schedelmeetkunde stortte. Deze nieuwe wetenschappen werden ongekend populair. In de twintigste eeuw verdwenen beide kunden van het wetenschappelijke toneel. Aan het eind van de 20ste eeuw keert echter het gezichten lezen in een totaal ander jasje terug in de wetenschap, speciaal de psychologie.