woensdag 29 januari 2014

Edwin Wendt – Elvis Presley. Erfenis van een fenomeen


“Sterren komen. Sterren gaan. Alleen Elvis blijft bestaan.” Dit zingt Luc de Vos van de Vlaamse band Gorki. En zo is het. Na lezing van dit prachtboek van Edwin Wendt weet je weer hoe belangrijk Elvis geweest is voor de popmuziek. De schrijver gaat niet zozeer in op het persoonlijke leven van The King, inclusief alle ranzige details, maar richt zich op de muzikale ontwikkeling van het fenomeen Elvis.

dinsdag 28 januari 2014

Bob den Uyl


In 1980 werd Bob den Uyl 50 jaar. Een gebeurtenis die toen gevierd werd met o.a. dit boekje uit de Sonde-reeks. Vrienden en bekenden van de jarige, zoals Jan Donkers, Louis Ferron, Bert Schierbeek en Jan Siebelink, leverden een bijdrage.

zaterdag 25 januari 2014

Nou en? Timmers dagboek


Timmer is een mooi Rotterdams café. Vroeger kwam ik er wel eens. In die oertijd was er geen muziek, geen koffie en kwamen er nauwelijks vrouwen. Een damestoilet ontbrak dan ook. Als je langsliep en het lukte je door de beslagen ramen en het volledige rookgordijn naar binnen te loeren, dan zag je een gesloten rij mannen staan, zwijgend aan de bar in hun bier happend. Eenmaal binnen ging het er gezelliger aan toe. Maar het was een café zonden fratsen. Als ik er nu langsloop zie ik wel dat er iets is veranderd, maar niet veel.

Dit boekje uit de Sonde-reeks komt uit 1983. Het is geschreven als een ode aan café Timmer, vooral aan Klaas en Sjaan. Zij gingen in ‘83 met pensioen en deden de zaak over aan Nel Knuvers en Marten Snoek. De vele korte bijdragen in dit boekjes zijn afkomstig van vaste klanten. Dit waren schrijvers, andere kunstenaars en vooral journalisten. Ik noem er een paar: Frans Vogel, Hans Citroen, Cor Kraat, Peter d’Hamecourt en Henny Maliangkay.

De verhalen zijn nostalgisch: jonge journalisten die hun eerste bier in Timmer dronken, de grappen, het poffen en de routine van een dagelijks cafébezoek. Waren er toen zeeën van tijd beschikbaar? Of werd juist in de kroeg de meeste inspiratie opgedaan? Dat er tussen al dat gezuip door tijd was een krant in elkaar te zetten lijkt een wonder als je dit boekje leest. De meeste verhalen gaan uiteindelijk over drank en wat het drinken aan vrolijks teweeg kan brengen, en natuurlijk over Klaas en Sjaan.

Ik kreeg na het lezen van dit dagboek toch erg veel zin weer eens bier te gaan drinken in Timmer. Wie weet komt het er van binnenkort.

maandag 20 januari 2014

Vladimir Nabokov – Ada


Na maanden is het mij gelukt om Ada uit te lezen. Zelfs een geduchte Nabokov-lezer als Rob Bats is hier slechts met moeite in geslaagd. Met wat rondvragen heb ik nog twee andere mensen gevonden die dit boek ook uitgelezen kregen. Is het daarmee een opgave? Niet helemaal. Alleen is Ada nogal een hermetisch boek. Er staan prachtige passage in, maar bij- en hoofdzaken lopen gierend door elkaar,  tijd en perspectief kunnen verspringen en het is soms onduidelijk wie de verteller is. Het taalgebruik is vrij apart: lange zinnen, onbegrijpelijke of verzonnen woorden, citaten in het Frans en Russisch en heel veel taalvondsten en –grappen. Voor een vertaler is het een onmogelijke opgave. Toch leest het Nederlands van René Kurpershoek, als je je hoofd erbij houdt, zeker niet kreupel. Online kon ik meelezen met het Engels, waarbij ik soms het spoor bijster raakte.

woensdag 15 januari 2014

Bertus Meijer – Met open vensters


Naar aanleiding van een leuk contact met de kleinzoon van Bertus Meijer heb ik deze bundel van de vergeten Rotterdamse schrijver uit de kast gehaald. Bertus Meijer was arbeider, communist en schrijver. ‘Met open vensters’ is een uitgave van de werkgroep van Arbeidersliteratuur Rotterdam (WAR) en bevat twee verhalen.

In het eerste verhaal is Herman een bediende in een kledingzaak. Hij wil hogerop, vooral omdat zijn vriendinnetje dat graag ziet. Zij wil alleen trouwen als Herman genoeg geld in het laatje brengt. Meijer schets de verhoudingen op het werk met veel dialogen. Er verschijnt een nieuwe kracht, de brutale oud-zeeman Tonie. Hij durft alles te zeggen tegen de bazen. Herman bewondert hem. Uiteindelijk moet Tonie weg. Herman krijgt promotie, maar hij kiest voor het vrije leven. Natuurlijk verlaat zijn meisje hem.

Het is een aardig verhaaltje met soms wat simpel taalgebruik, maar ook wel weer grappig, een citaat: ”Juffrouw Brenders, een gevulde seks-uitwasemende vrijgezellin van middelbare leeftijd, die zelf een beetje uit de toon viel om haar nogal vrij omgang met het mannelijk personeel, vond zeker niet gauw iets gek.”

De arbeider Lou Vlasblom is de hoofdpersoon in het tweede verhaal. Lou Vlasblom heeft echt bestaan. Hij maakte in 1933 een legendarische sprong vanaf de Hef. Meijer beschrijft nauwgezet de aanloop en de sprong zelf. Lou slaagde! Toen hij op de wal stond werd hij door de politie ingerekend. Maar hij was een held en werd gelauwerd in het Tuschinsky theater. 

Hij kreeg ook navolging: “Een dag vlak daarop, waagt de twintigjarige werkloze J.H. Tabbernee, in wiens zak men later een afgescheurd plaatsbewijs terugvindt, de zelfde sprong…slaat te pletter en verdwijnt in de diepte van de Koningshaven.”

dinsdag 14 januari 2014

Nico Keuning – Een zeker onbehagen


Als liefhebber van het werk van Bob den Uyl  wilde ik deze biografie al eerder lezen. Onlangs kon ik  hem voor een prikkie kopen.

dinsdag 7 januari 2014

Leonid Dobytsjin – De stad N


De korte roman ‘De Stad N’ kreeg een paar weken terug 5 sterren in de boekenbijlage van de NRC. Het is een nieuwe vertaling van Arie van der Ent van een Russische roman uit 1935. Dobytsjin heeft een klein oeuvre geschreven. De stad N was zijn laatste boek. Niet lang na het verschijnen liep hij de Neva in en verdronk. Ruim 50 jaar later werd het boek herontdekt. Door een select publiek, waaronder de schrijver Danilov, wordt Dobytsjin gezien als een der grootste Russische schrijvers.

De verwachtingen waren dus hoog gespannen toen het mij na een aantal pogingen lukte om ‘De stad N’ te pakken te krijgen. Bij Douane hadden ze niet gerekend op deze plotselinge grote vraag.

De stad N. moet je rustig tot je nemen. De beschreven gebeurtenissen bezien vanuit het perspectief van een opgroeiende jongen zijn kort en bondig beschreven. Een niet bij naam genoemde stad speelt een hoofdrol. Het verhaal beslaat een periode van ongeveer 10 jaar aan het begin van de 20ste eeuw. Er komen historische gebeurtenissen voorbij, zoals de Russisch-Japanse oorlog.

Dobytsjin laat met heel weinig woorden een samenleving in het klein zien. Mensen raken bevriend, verhuizen, krijgen ruzie, sterven etc. Sommige mensen komen even voorbij, anderen keren vaker terug in het boek. In de stad wonen Polen, Russen, Duitsers en Letten. Er is ook sprake van keldermensen die inderdaad in kelders wonen en die laag in de hiërarchie staan.

In de eerste helft van De stad N. is de jongen redelijk passief. Hij beschrijft wat hij ziet gebeuren. Als hij ouder wordt, treedt hij ook handelend op. De jongen is naarstig op zoek naar vriendschap. Hij weegt andere jongens op hun intelligentie en hun betrouwbaarheid. Op school ontdekt hij zijn talent voor schrijven en zijn liefde voor literatuur. Hij is als puber tamelijk verlegen naar meisjes toe. Mooi beschrijft Dobytsjin zijn onzekerheid en zijn ontwikkeling naar volwassenheid. De hoofdpersoon lijkt mij niet echt heteroseksueel  geïnteresseerd, maar dat staat nergens expliciet en las ik slechts tussen de regels door.

De stad N. is een mooi compact geschreven boek. Het telt in vertaling precies 100 pagina’s. Arie van der Ent heeft er een nawoord aan toegevoegd. Ik zou het zelf geen 5 sterren gegeven hebben, eerder 3 en een halfje. Maar voor liefhebbers van Russische literatuur is het zeker de moeite waard. De titel slaat op de stad in het meesterwerk Dode Zielen van Gogol. De jongen heeft het vaak over dit boek en over de figuren die erin voorkomen.

Joe Gallagher – 365 ways to checkmate


Standaard  ligt er naast mijn bed een boek met schaakopgaven. Om beter te leren schaken is het goed om partijen van grootmeesters na  te spelen en om openingsvarianten te bestuderen. Het leukste blijft voor mij het matten: wit geeft mat in drie zetten!

zondag 5 januari 2014

Franca Treur – De woongroep


De eerste roman  van Franca Treur was een groot succes. Dan is het altijd spannend wat een tweede boek gaat doen. Ik heb haar een paar maanden terug bij het ‘Geen daden maar woorden Festival’ horen voorlezen uit het haar nieuwe boek. Dat beviel goed.

donderdag 2 januari 2014

Loesberg in PC


Robert Loesberg (1944-1990) was een Rotterdamse schrijver. Zijn werk kenmerkt zich door woede en sarcastische humor. In de jaren 70 publiceerde hij twee boeken: ‘Enige defecten’ en ‘Een eigen auto’. Het eerste is onlangs heruitgegeven, zeker het lezen waard.